Lettertypes in je huisstijl: kiezen, vastleggen en delen
Je ontwerper heeft een mooie letter gekozen. Dan opent een collega de presentatie en staat alles ineens in Calibri. Lettertypes zijn het onderdeel van je huisstijl dat het vaakst ongemerkt verdwijnt. Met een paar afspraken voorkom je dat.
Team MerkBrouwers3 min leestijd
Waarom je letter zo vaak verdwijnt
Een lettertype is een bestand dat op de computer moet staan. Staat het er niet, dan kiest het programma zelf een vervanger. Dat merk je pas als het document bij iemand anders opengaat.
Daarnaast hebben veel lettertypes een licentie. Je mag ze niet zomaar op elke laptop zetten of op je website gebruiken. Mensen zoeken dan een gratis lijkende letter, en zo ontstaan er langzaam drie versies van je huisstijl.
Kies een vaste set
Houd het overzichtelijk. De meeste merken hebben genoeg aan één of twee lettertypes. Leg per letter vast waarvoor je hem gebruikt:
Kopletter. Voor titels, koppen en korte opvallende teksten.
Tekstletter. Voor lopende tekst die goed leesbaar moet zijn, ook klein en op een scherm.
Vervangende letter. Een systeemletter die op vrijwel elke computer staat, voor Word, PowerPoint en e-mail als je eigen letter ontbreekt.
Gewichten. Welke diktes je gebruikt, bijvoorbeeld regular en bold, en welke niet.
Regel de licenties
Vraag bij je ontwerper of bureau na welke licentie bij je lettertypes hoort. Een licentie voor desktopgebruik is vaak iets anders dan een licentie voor je website, een app of een e-book. Leg vast voor hoeveel gebruikers en voor welk gebruik je licentie geldt.
Veel lettertypes van Google Fonts mag je vrij gebruiken, ook zakelijk. Lees ook daar wel de licentie na voordat je de bestanden verspreidt. Bewaar de licentiebewijzen op dezelfde plek als de bestanden, zodat je ze terugvindt als iemand ernaar vraagt.
Leg het vast in je merkhandboek
Een lettertype in je handboek is meer dan een naam. Zet erbij welke bestanden je kunt downloaden, en voor wie. Laat met een voorbeeld zien hoe een kop, een tussenkop en een alinea eruitzien. Noem ook de vaste regelafstand en de minimale grootte voor leesbaarheid.
Vergeet de vervangende letter niet. Schrijf letterlijk op: ‘Heb je onze letter niet? Gebruik dan Arial.’ Dat voorkomt dat iedereen zelf kiest. Zet de vervanger ook in je Word- en PowerPoint-templates, dan gaat het automatisch goed.
Kies bij de vervangende letter een die qua vorm een beetje lijkt op je eigen letter. Een strakke schreefloze letter vervang je door een andere schreefloze, niet door een letter met schreven. Zo blijft het beeld rustig, ook als je eigen letter ontbreekt.
In BeterMerk upload je je lettertypen en zien mensen direct een voorbeeld, naast je kleurcodes en templates.
Werken met externen
Een drukker of bureau heeft vaak de lettertypebestanden nodig om je ontwerp goed te verwerken. Controleer eerst of je licentie dat toestaat, of vraag of ze zelf een licentie hebben. Stuur geen fontbestanden als bijlage door naar iedereen die erom vraagt.
Voor websites geldt hetzelfde. Laat je webbouwer de webversie van je letter gebruiken, met de juiste licentie. Vraag ook welke vervangende letter de site toont terwijl de eigen letter nog laadt.
Krijg je zelf bestanden terug van een bureau, zoals een presentatie of een Word-document? Open ze dan op een computer zonder je eigen letter. Zo zie je meteen of de vervangende letter goed is ingesteld, voordat collega’s het bestand gaan gebruiken.
In het kort
Kies één of twee lettertypes en leg per letter het gebruik vast.
Leg altijd een vervangende systeemletter vast voor Office en e-mail.
Controleer welke licentie je hebt, voor desktop, web en andere toepassingen.
Bewaar fontbestanden en licenties op één vindbare plek.
Zie hoe BeterMerk lettertypen, kleuren en templates samen op één plek zet, met een voorbeeld van elke letter.